ADHD symptoms are normal behaviour

ADHD symptomen zijn ‘normaal gedrag’

De DSM-IV richtlijnen voor het diagnosticeren van Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) zijn gebaseerd op ‘flexibele criteria’ die in essentie normaal kinderlijk gedrag beschrijven.

Reacties vanuit de wetenschappelijke gemeenschap in Australië op de door de DSM comité uitgevoerde herziening van de criteria voor ADHD dat in behandeling is genomen door het Royal Australasian College of Physicians (RACP) stellen dat de criteria veel te ruim zijn. Het resultaat is dat veel te veel kinderen behandelingen moeten ondergaan en medicijnen krijgen.

De diagnosticering van ADHD is gebaseerd op een kind jonger dan 7 jaar dat tekenen vertoont van onachtzaamheid of hyperactieve en impulsieve gedragingen.

De criteria zijn onder andere tollen in een stoel, antwoord geven voordat de vraag uitgesproken is, moeite hebben met op de beurt wachten, stoeien tijdens gesprekken of spelletjes en veel praten.

Andere symptomen zijn onder meer onzorgvuldig zijn en fouten maken op school, instructies niet opvolgen, taken niet afmaken, spullen verliezen omdat ze te vaak worden afgeleid en vergeetachtig zijn in dagelijkse activiteiten.

De diagnose voor ADHD wordt gebaseerd op criteria die worden voorgeschreven door de American Psychiatric Association (APA), bekend als DSM-IV. Kinderen die aan ten minste aan 6 criteria van onachtzaamheid of 6 criteria van hyperactieve en impulsieve gedragingen voldoen, hebben vermeend ADHD.

In de inzending naar het RACP citeert kinderpsychiater George Halasz een internationale autoriteit op het gebied van ADHD die betrokken is bij het herschrijven van de DSM-IV criteria waarin gesteld wordt dat ze ‘weinig tot geen klinische of onderzoeks resultaten’ hebben.

Dr. Halasz een consultant kinder- en adolecentenpsychiater en ere-lector aan Monash Universiteit in Australië, stelt dat de criteria niet objectief zijn en ‘puur gebaseerd op de perceptie van mensen’.

Trevor Parmenter, hoogleraar ontwikkelingsbiologie handicap studies aan de faculteiten van de onderwijs-en geneeskunde aan de Universiteit van Sydney, zegt dat ondanks dat hij wel geloofde dat sommige kinderen een conditie hadden waarvoor behandeling gewenst was, de aanwezigheid van ADHD bij de kinderen meestal kunstmatig aangeleerd was.

“Het explosief stijgende aantal jonge mensen met ADHD kan van invloed zijn op de diagnose van psychiaters, door toedoen van de flexibele criteria” zegt hij.

Professor Parmenter is een van de 14 onderwijs onderzoekers van zeven Australische universiteiten die aan de federale regering van Australië hun bezorgdheid hebben geuit over het feit dat de ADHD richtlijnen zullen leiden tot een exponentiële stijging van het aantal kinderen dat gediagnosticeerd wordt met de stoornis door de jacht naar de stoornis op scholen te financieren.

Professor Parmenter vertelt dat het percentage dat kinderen met ADHD is gediagnosticeerd, ongeveer 8 procent van 12 – tot 17-jarigen, veel hoger lag dan andere ontwikkelingsstoornissen. Hersenverlamming treft tot 1-2 procent van de kinderen, een verstandelijke handicap treft zo’n 2 procent, en autisme treft twee of drie kinderen op de 1000.

“Veel van de criteria voor de diagnose van ADHD zijn slechts een onderdeel van het spectrum van normaal kindergedrag” zegt hij.

David Isaacs, klinisch hoogleraar in de kindergeneeskunde verbonden aan de universiteit van Sydney zegt dat een groter aantal kinderen uit sociaal achtergestelde gebieden worden gediagnosticeerd met ADHD.

 ”Er is een groot gevaar voor medicalisering op basis van sociale achterstand” zegt hij.  ”Er is een groot gevaar van overdiagnosticering op basis van magere gronden.”

Professor Isaacs zet vraagtekens bij de ADHD criteria als zijnde ‘abnormaal gedrag’ aangezien tot 10% van alle kinderen de symptomen hebben.

Bron: Psychiater.nu

 


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *