Het Dogon volk

Het Dogon-volk van Mali is een stam die in afzondering leeft in een uithoek van het dun bevolkte binnenland van West-Afrika. Er zijn nauwelijks 200.000 leden, die merendeels wonen in dorpjes tegen de steile rotswanden van Bandiagara, ten oosten van de bovenloop van de rivier de Niger. Hoewel men ze niet “primitief” kan noemen, aangezien ze een redelijk modern leven leiden, ligt het nu ook weer niet voor de hand dat de Dogon in het bezit zijn van geavanceerde wetenschappelijke kennis.

Toch beschikken zij over een zeer nauwkeurige kennis van het sterrensysteem van Sirius (waarbij minstens één ster zit die door moderne astronomen niet is geïdentificeerd), en de precieze omwentelingssnelheid van de sterren. Bovendien beweren Dogon-priesters dat zij deze details al vele eeuwen weten, lang voordat Westerse astronomen ze hebben ontdekt. Blijkbaar zijn ze mondeling en in het geheim doorgegeven.
Deze kennis is voor het eerst in 1950 wereldkundig gemaakt, in A Sudanese Sirius System, door twee vooraanstaande Franse antropologen, Germaine Dieterlen en Marcel Griaule, die eind jaren “40 lange tijd bij de Dogon hebben doorgebracht. De twee wetenschappers raakten zo vertrouwelijk met de priesters, dat dezen hun opmerkelijke kennis, die verband houdt met hun godsdienstige leven, explicitiet hebben onthuld.

De oorsprong van het leven

Voor de Dogon is de gehele schepping verbonden met de ster die zij Po Tolo noemen, wat “zaadster” betekent. De naam komt van het kleinste zaadje dat ze kennen en dat Fonio heet. De officiële naam luidt Digitaria exilis. Als kleinste zaadje verwijst het naar het begin van alle dingen. Volgens de Dogon begon de schepping op deze ingestorte ster (een “witte dwerg”), die moderne astronomen Sirius B noemen, de veel kleinere begeleider van de heldere Sirius A, de hondsster.
Het is verbijsterend hoeveel astronomische details de Dogon kennen van het Sirius-systeem. Zo weten ze dat Po Tolo een massieve dichtheid kent die niet in verhouding staat tot zijn geringe grootte, en geloven ze dat dit komt door de aanwezigheid van sagala, een metaalachtig element van uiterst dichtheid en sterkte dat op aarde niet voorkomt. Verder beschrijven ze hoe de gecombineerde banen van Sirius A en B een ellips vormen, met Sirius A op een uiterste van de ellips, een gedachte waar Westerse astronomen pas vroeg in de 17e eeuw op kwamen, toen Johannes Kepler opperde dat hemellichamen niet in keurige cirkelbanen ronddraaien.
Volgens de Dogon doet Sirius B er 50 jaar over om om Sirius A heen te draaien, wat overeenkomt met de iets nauwkeuriger berekening van 50,04jaar van de moderne astronomie. Even frappant is hun bewering dat Sirius B om zijn eigen as draait, en wel in de tijd van één jaar op aarde. De moderne astronomie onderschrijft dit niet. Volgens sommige astronomen zou het waar kunnen zijn, maar anderen menen dat dit een veel te langzame draaisnelheid is voor zo’n kleine ster.
Maar werkelijk opzienbarend is de geheime “kennis” van de Dogon die wijst op een derde hemellichaam in het Sirius-systeem, dat door de moderne astronomie nog niet is ontdekt. Dit derde lichaam noemen zij Emme Ye, oftewel “sorghumgierstvrouw”, en ze beweren dat het een kleine ster is waar één enkele planeet omheen draait, of een planeet met een grote satelliet. Deze wordt door moderne onderzoekers Sirius C genoemd, hoewel er nog geen wetenschappelijk bewijs is voor het bestaan ervan.

Europese invloeden

Robert Temple, een lid van de Royal Astronomical Society komt in zijn boek Het mysterie van Sirius uit 1976 tot de conclusie dat de Dogon de informatie die ze aan Dieterlen en Griaule gaven, al duizenden jaren kenden. Maar er is ook een groep sceptici die volhoudt dat dit nooit het geval kan zijn. Hieronder bevinden zich auteurs als wijlen Carl Sagan, Ian Ridpath, James Oberg en Ronald Story.
Zij voelen meer voor, het scenario dat Europese of Amerikaanse bezoekers tijdens de ontdekking van Afrika in de afgelopen 150 jaar op de Dogon zijn gestuit, en hun nieuwe informatie over Sirius hebben gegeven. De Dogon zouden die vervolgens in hun kosmologie hebben opgenomen.
Maar in een interview met het BBC-programma Horizon bleek Germaine Dieterlen het niet eens te zijn met deze opvatting, en toonde zij als bewijs een bijna 500 jaar oud Dogon-model van het Sirius-systeem. Bovendien voeren anderen aan dat men in het Westen pas in de 20e eeuw bekend raakte met de astronomische gegevens waar de Dogon over beschikken en die 150 jaar geledenen dus niet kenden.

Griekse landverhuizers.

Inmiddels blijkt er wellicht historisch bewijs te zijn voor de gedachte dat de astronomische kennis van de Dogon over Sirius duizenden jaren oud is. Men denkt dat de Dogon verre afstammelingen zijn van Grieken die het noordelijke deel van Afrika hebben gekoloniseerd dat nu het, moderne Libië vormt. De Griekse geschiedschrijver Herodotus noemde hen “Garamantianen”, naar Garamas, de zoon van de Griekse aardgodin Gaia. Elementen uit de Griekse traditie lijken merkwaardig veel op de preoccupatie van de Dogon met getallen. Bovendien zullen de uitgeweken Grieken tijdens hun verblijf in Libië het een en ander hebben opgestoken van de oude Egyptenaren.
Na jaren van landverhuizen in zuidelijke richting, kwamen de Dogon tenslotte naar de bovenloop van de Niger, waar ze zich vestigden en vermengden met de bestaande negerbevolking. Volgens de 20e-eeuwse historicus en auteur Robert Graves leven de laatste vertegenwoordigers van dit rondtrekkende volk nu in een dorp dat Koromantse, of Koreinze heet, op 75 km van Bandiagara.

Amfibische bezoekers

Voor sommigen is dit het onweerlegbare bewijs dat de astronomische kennis van de Dogon uit de oudheid stamt, maar het verklaart niet hoe ze er aan kwamen. Want hoe kon een yolk zonder meetinstrumenten iets afweten van de bewegingen en de eigenschappen van onze helderste ster, van een begeleider die nauwelijks te zien is, en van een derde hemellichaam waarvan het bestaan wetenschappelijk niet eens te bewijzen is?
De Dogon hebben zelf een simpele verklaring voor hun opmerkelijke kennis van de complexe astronomie van het Sirius-systeem: hun voorouders ontvingen de kennis van buitenaardse amfibische bezoekers, de Nommos, die van Po Tolo- Sirius B- kwamen. De beschrijving die de Dogon geven is heel nauwkeurig.
Ze vertellen hoe de Nommos eerst vanuit het Sirius-systeem arriveerden in een ruimtevaartuig dat ronddraaide tijdens de afdaling, waarbij het raasde als een bulderende storm. Ze herinneren zich ook dat deze vliegende machine stuitterde bij de landing, als een plat steentje dat over het water scheert, en daarbij de grond omwoelde met “stralen bloed”. Volgens sommige deskundigen betekenen deze woorden in de Dogon-taal zoiets als “uitlaatvuur van een raket”, het tegengas dat wordt gegeven bij het doen landen van moderne ruimteschepen. Tegelijkertijd, vertellen de Dogon, verscheen er een nieuwe ster die in de verte bleef hangen, wat wel wordt geïnterpreteerd als een moederschip dat in de buurt bleef. Dat is niet vergezocht, als je bedenkt dat het Apollo-ruimteschip in de buurt bleef toen zijn maancapsule in juli 1969 de eerste bemande landing op de Maan maakte.
Dit zou allemaal nogal ridicuul aandoen als er geen merkwaardige parallellen waren met beschavingen die bloeiden rond de tijd van de volksverhuizingen van de voorouders van de Dogon. Voorstellingen in de Dogon-kunst van de reptielachtige Nommos lijken opmerkelijk veel op de Babylonische halfgod met vissestaart Oannes, op de Akkadische Nommos-achtige amflbieën die Ea heten, en op de afbeelding in sommige vroeg-Egyptische kunst van de godin Isis in de vorm van een zeemeermin. Al deze figuren zijn voor hun vereerders de stichters van hun gehele beschaving.
Wat is nu het geheim van de kennis van de Dogon? Of we verbanden kunnen leggen met de oude beschavingen van het Midden-Oosten, hangt er van af of we aannemen dat de voorouders van de Dogon werkelijk naar het zuiden trokken.

Luisteren naar signalen

De rationele wereld van de sterrenkunde is niet helemaal afwijzend. Want de grootste radiotelescoop ter wereld, bij Arecibo, op het Caraïbische eiland Puerto Rico, luistert naar signalen waar men hoopt een betekenis in te kunnen vinden, die afkomstig zijn van diverse sterren, zoals Tau Ceti en Epsilon Eridani, die op de zon lijken en waaromheen misschien planeten draaien. Maar ze luisteren niet naar Sirius.
Moderne astronomen richten zich misschien op de aanwijzingen die verborgen liggen in de tradities van de Dogon om die informatie te gebruiken. Tot die tijd blijft het een mysterie hoe de Dogon aan hun kennis kwamen.


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *